Lef, leren en lanceren

‘Ook als project wil je liever je broek ophouden dan je hand’

Na een serie portretten van kwartiermakers nu een uitstapje naar het hoofdkwartier van Moedige Dialoog: een nadere kennismaking met het duo dat de twee bestuurders in het landelijke kernteam terzijde staat. Reggy Schutte (Programma's, Strategie & Innovatie) en Christophe Geuskens (accountmanager & Nederlandse Schuldhulp Route) vertellen wat ze doen en wat hen drijft.

Hoe kwam je in contact met Moedige Dialoog en wat waren je eerste indrukken?
Reggy: ‘Jaren geleden sprak Henk Kinds me aan over zijn plan om in Salland met bedrijven, gemeenten en maatschappelijke partijen te kijken wat ze aan armoedebestrijding konden doen. Voor mij was dat nog wel een Ver-van-mijn-bed-show; ik was vooral druk met bedrijven en het uitwerken van maatschappelijk ondernemen, zoals het organiseren van beursvloeren met werkgevers en vrijwilligers. Daar kende ik Henk van en hij bracht me in contact met wat toen nog Moedige Mensenheette.’
Christophe: ‘Ik ken Moedige Dialoog vanuit mijn tijd bij Schouders Eronder. Daar gaat het over schuldhulpverlening, en dus vooral over het publieke domein. Jacqueline Beekman nodigde me uit voor een bijeenkomst over hoe publiek en privaat samen de armoedebestrijding in Nederland duurzamer kunnen maken. Daar trof ik een heel gemêleerd gezelschap, super inspirerend! Die andere manier van kijken naar problemen en oplossingen: ondernemender, slagvaardiger en in een hoger tempo.’

Wat is er sindsdien allemaal gebeurd?
Christophe: ‘Zoals iedere startup hadden we wel wat aanvangsproblemen. Geen wonder: je probeert twee sectoren te koppelen die door een datingsite niet snel gematcht zouden worden. Voor die twee elkaars taal en gewoonten voldoende begrijpen ben je echt drie jaar verder. Maar nu we die fase hebben gehad gaat het ineens best hard. Ik verwacht dat we nu landelijk én lokaal echt impact gaan krijgen.’
Reggy: ‘We gaan van een project met goede bedoelingen naar een professioneel werkende organisatie. We willen heel goed zijn in faciliteren. Vandaar ook dat we nu als zelfstandige stichting verder gaan. Landelijk bieden we een platform dat je kunt gebruiken om lokaal de verbinder te zijn. We hebben niet zélf alle kennis, maar via ons kun je daar wél bij terecht komen; dat is het plan en dat lukt steeds beter. Kijk bijvoorbeeld naar onze website. Die was vooral een groot uithangbord, maar wordt steeds meer een virtueel ontmoetingscentrum. Mede dankzij het Moedige Dialoog Café, waar al onze netwerken aan kunnen bijdragen.’

Waaruit blijkt die professionelere aanpak?
Reggy:We gaan bijvoorbeeld werken met een gedeeld crm-systeem, dus klantrelatiebeheer met en door alle netwerken. Door aan de achterkant te meten, weet je immers beter wat je aan de voorkant moet doen. En als je je uiteindelijk allemaal voor hetzelfde inzet, kun je de resultaten optellen en een beeld krijgen van je impact. Dan gaat het niet meer alleen om lokale netwerken maar ook om een bewéging; dan kun je landelijk een vuist maken.’
Christophe: ‘Of neem de werkgeversdesk. Die is ontwikkeld in Salland, maar is nu  landelijk als tool beschikbaar. En zeker ook de Nederlandse Schuldhulproute. Dat we daar deel van uitmaken is een mooie vorm van erkenning én het opent heel veel deuren voor ons. Bovendien is de urgentie van het probleem nog eens onderstreept, ook tegenover grote bedrijven. Vandaar de interesse vanuit grote schuldeisers zoals zorgverzekeraars en woningcorporaties.’

Wat is precies jullie rol in het kernteam?
Christophe: ‘Ik ben als accountmanager vraagbaak voor beginnende en gevorderde netwerken. Dat gaat me steeds beter af omdat ik het afgelopen jaar heel veel kwartiermakers en kernteams heb gesproken. Bij nieuwe netwerken stuit ik soms op koudwatervrees, vooral bij gemeenten. ”Deze gemeente is zó anders dan andere gemeenten” hoor ik vaak. Dan gaat het bijvoorbeeld over hoe ze de uitvoering van de schuldhulpverlening hebben geregeld. Maar vanuit mijn ervaring kan ik ze laten zien dat ze eigenlijk allemaal voor dezelfde uitdagingen staan. Financiële redzaamheid was altijd het thema van het sociale domein. Andere partners betrekken betekent loslaten en een kijkje in de keuken bieden. Dat is spannend, maar biedt veel kansen om van elkaar te leren.’
Reggy: ‘Ik bemoei me onder meer met het ontwikkelen van diensten die kwartiermakers helpen om lokaal succesvol te zijn. De werkgeversdesk, het Moedige Dialoogcafé, een model om impact te kunnen meten en het crm-systeem zijn daar voorbeelden van. Met sommige producten kunnen onze kwartiermakers en netwerken lokaal geld verdienen, want we moeten niet afhankelijk blijven van subsidies. Verder ben ik voor enkele netwerken accountmanager. Overigens ben ik ook kwartiermaker in Rivierenland. Zo kan ik kwartiermakers een stem geven in het landelijke kernteam. Dat helpt om de dienstverlening van landelijk naar lokaal te verbeteren, zodat lokaal kan excelleren. En we moeten nog duidelijker zijn over onze programmalijnen, over de te behalen resultaten en dat je die kunt straks kunt bijhouden met dat crm-systeem.’

Wat maakt een netwerk tot een góéd netwerk?
Reggy: ‘Door private en publieke partijen bij elkaar te zetten schuurt het. En dat is precies wat je zoekt, anders blijft iedereen doen wat ie doet. Je doet het als lokaal netwerk goed als je impact hebt voor armoedebestrijding én door diensten in de markt te zetten die anderen helpen om hetzelfde te doen. Want we moeten niet afhankelijk blijven van subsidies. Je wilt toch liever je broek ophouden dan je hand.’
Christophe:’ Het lokale kernteam is de spil. Privaat en publiek moeten daarin gelijkwaardig zijn, dat is echt een basisvoorwaarde voor succes. Daarnaast heb je op persoonsniveau meerdere mensen nodig die wat harder willen lopen. We hebben kwartiermakers gehad die het vrijwel alleen deden. Fantastische mensen, maar die redden het niet…
En uiteindelijk meet je de kwaliteit van een netwerk af aan een kwantitatief resultaat: dat er mínder mensen door geldstress in ernstige problemen komen. Let wel, schulden zullen er altijd zijn, maar ze mogen niet zulke desastreuze gevolgen hebben. En dat kan als het taboe eraf is en mensen er eerder over durven te praten met bijvoorbeeld hun werkgever.’

En hoe erg is het als er netwerken af zouden vallen?
Reggy: ’Dat zou doodzonde zijn. Maar om door te kunnen groeien moeten we als Moedige Dialoog wel eenduidiger en herkenbaarder worden. We doen er alles aan om dat voor netwerken ook aantrekkelijk te maken. Ze moeten echt willen meebouwen aan de beweging. Bij nieuwe netwerken dus ook duidelijker zijn over wat we met z’n allen willen. Pas als je dat doet kun je ook commitment vragen.’
Christophe: ‘We moeten het kaf van het koren scheiden, dat hoort nu eenmaal bij volwassen worden. De huidige 27 netwerken verschillen op sommige punten te veel van elkaar, bijvoorbeeld in de naamgeving. Dat is niet handig qua branding. Dus alles gaat Moedige Dialoog heten. Dat kunnen we uitleggen en dat wordt gelukkig ook verwelkomd door de meeste netwerken. Maar door sommige niet. Prima, dan moet je vooral lokaal blijven doen je doet, maar niet meer onder de vlag van MD. Daar is over en weer respect voor. Dus ik verwacht dat sommige netwerken zullen afvallen, al is dat tot nu toe niet gebeurd.’

Wat vind je van de kwartiermakers?
Christophe: ‘We willen er komend jaar voor zorgen dat kwartiermakers en netwerken nog meer van elkaar kunnen leren. ‘Het zijn geweldige mensen, het potentieel is zo groot! Voorwaarde is wel dat ze verder kijken dan hun lokale realiteit en energie steken in de lokale verbinding. Ik weet uit ervaring hoe moeilijk het soms is om ‘uit de waan van alledag’ te stappen. Maar dat moet echt wil je op grotere schaal impact maken.’
Reggy: ‘Hun flexibiliteit en veelzijdigheid vind ik mooi. Ze kunnen met iederéén praten, het zijn echt schapen met vijf poten. Maar ze kunnen nog meer gebruikmaken van elkaar. Daar moeten we ze als landelijk kernteam bij helpen. Vandaar ook het Moedige Dialoog Café.’

Wat drijft je?
Christophe: ‘Sinds een jaar ben ik zzp’er. Dat biedt me veel vrijheid. Zodoende kon ik ook een opdracht doen dicht bij de uitvoering, in Amsterdam. Het directe contact met de doelgroep heb ik nodig. En onlangs realiseerde ik me ook nog iets anders. Jaren geleden werkte ik in de jeugdzorg. Toen ik daarna in de schuldhulp begon kwam ik vaak dezelfde cliënten tegen. Ik had geen weet van de geldzorgen van mijn cliënten, noch van wat dat voor hen betekende. Ik heb me verbaasd over de emoties die gepaard gaan met geldstress. Die bleken vaak heftiger dan wat ik in de jeugdzorg was tegengekomen. Daardoor snapte ik pas ten volle wat geldstress met mensen doet.’
Reggy: ‘Een tijdje terug sprak ik een ervaringsdeskundige. Ze vertelde dat mensen haar nooit vroegen naar haar financiële situatie, waarschijnlijk omdat ze dachten dat ze zich daarvoor schaamde. Maar, zei ze, “zíj zouden zich juist moeten schamen, omdat ze me er nooit naar gevraagd hebben. Hadden ze dat wél gedaan, dan hadden me zoveel ellende kunnen besparen.” Dat verhaal heeft me enorm aangegrepen.’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                                                                                

 

Moedige Dialoog en de wet van de remmende voorsprong

Veel startende Moedige Dialoognetwerken zijn vooral bezig met het bijeenbrengen van private en publieke partners die elkaar voorheen alleen kenden van horen zeggen. Of zelfs dat niet eens. Hoe anders is dat in Zeist. ‘Zo’n netwerk hebben we hier al vijftien jaar. En met succes. Maar we moeten nog wel de handen op elkaar zien te krijgen voor het thema armoede en schulden. Welke partijen staan er straks daadwerkelijk op en wie voelen ook echt dat we op dit punt het verschil kunnen maken in Zeist?’

Samen voor Zeistis al vijftien jaar een succesvol netwerk van ondernemers en organisaties met een hart voor de lokale samenleving. Het begon met elf “founders” waaronder de gemeente Zeist, de Rabobank en pensioenfonds PGGM. Anno 2019 zijn er nog 34 bedrijven en 49 maatschappelijke organisaties aangesloten. ‘Denk dan primair aan het bij elkaar brengen van de lokale maatschappelijke vraag en het aanbod,’ aldus Wilma de Groot, senior intermediair bij Samen voor Zeist. ‘Schuldhulp past daar prima bij.’ Zodoende is Wilma inmiddels ook kwartiermaker voor Moedige Dialoog in Zeist. ‘Wat er van een kwartiermaker wordt verwacht sluit naadloos aan bij wat wij hier al jaren doen.’

Het idee om aan te haken bij Moedige Dialoog kwam van de Rabobank. ‘Niet voor niets hebben zij zich daar landelijk aan verbonden.’
De Zeister Dialoog is nog pril: ‘We weten nog niet precies hoe groot het probleem hier is, we hebben geen harde cijfers. Maar gezien de landelijke statistieken kun je rustig aannemen dat ook hier mensen wonen met hardnekkige geldstress.’

Startbijeenkomst in Slot Zeist
Wat Wilma betreft wordt 18 november een memorabele dag. ‘Dan hebben we een grote bijeenkomst in Slot Zeist. Daar moeten we het met z’n allen eens worden over de prioriteiten; daarna kunnen we een kernteam formeren en aan een ambitiedocument beginnen.’
Spannend? ‘Absoluut. Tot nu toe gaat het vooral om bij bedrijven vrijwilligers vinden voor vaak een eenmalige activiteit. Met de Moedige Dialoog mikken we op een gestructureerde, duurzame aanpak van een complex maatschappelijk probleem. Dit gaat verder dan één maatschappelijke organisatie helpen.’

Daarbij lijkt sprake van de Wet van de Remmende Voorsprong. Wilma: ‘Normaliter zeggen veel partners onmiddellijk hun steun toe als ik iets vraag. Maar dit thema graaft dieper dan wat extra handjes bieden, het vraagt echt om commitment. We moeten de partners die hieraan meedoen ook iets bieden, om te voorkomen dat ze vraagmoe worden.’
Dat kan gelukkig ook. ‘Sommige netwerkpartners hebben waarschijnlijk zelf ook medewerkers met geldzorgen; die mensen zelf hebben er last van, maar het betekent ook dat ze vaker ziek zijn en minder productief. Hoe signaleer je dat als werkgever en wat doe je ermee? Moedige Dialoog heeft daar kennis over en instrumenten voor.’

Vangnet geeft stevigheid
De summerschoolvan Moedige Dialoog kwam voor Wilma wat vroeg, maar heeft haar veel opgeleverd. ‘Heel stimulerend en energiek. Met een mooie balans van ervaringen delen en praktische informatie over handige instrumenten. Zo’n club van collega-kwartiermakers voelt bovendien als een vangnet, dat geeft stevigheid.’
Daarnaast klopt ze zo nodig aan bij landelijk kernteamlid Reggy Schutte. ‘Toevallig was zij vroeger betrokken bij Samen voor Zeist.’

Over een jaar…
‘… hebben we armoede hopelijk verankerd in de lokale agenda. Echter: de overheid is landelijk de grootste schuldeiser, dat gaan wij vanuit Zeist niet veranderen. Maar we kunnen wel proberen om hier de burgers die daar onder lijden weer financieel fit te maken. Die opgave moeten we opdelen in behapbare brokken, zodat organisaties echt een tastbare bijdrage kunnen leveren. Bijvoorbeeld door preventief aan de slag te gaan: gastlessen over geldzaken geven op een middelbare school.’

De jas van kwartiermaker past haar daarbij trouwens prima. Wilma: ‘Mijn vader en moeder hadden vroeger een kruidenierswinkel en SRV-wagen, ze stonden altijd voor iedereen klaar. Die kant ben ik niet uitgegaan, maar met wat ik nu doe - het verbinden van privaat en publiek – treed ik toch een beetje in hun voetsporen.’

 

                                                                                                                  

 

‘Bankafschriften zijn net weegschalen: ze liegen niet’

Geldstress is er ook in de gemeente Súdwest Fryslân volop. ‘Maar het schuldenprobleem is hier vermoedelijk iets kleiner. Volgens mij zijn Friezen wat behoudender met het nemen van financiële risico’s. “Je moet je sokken pas uit doen als je zeker weet dat het bed er staat,” zeggen ze hier.’ Aldus Anna Schotanus, kwartiermaker bij Financieel Gezond Friese Zuidwesthoek

Van huis uit is Anna maatschappelijk werker. ‘Ik werkte vooral met zorgmijders. Die kampen vaak ook met geldstress.En weet je: bankafschriften zijn net weegschalen: ze liegen niet.’
Ze werd budgetcoach en ontwikkelde trainingen, ook voor financiële hulpverleners. Inmiddels is ze al bijna tien jaar zelfstandige. Juist vanwege haar expertise over de gedragsmatige aanpak van armoede en schulden werd ze benaderd door de Rabobank Sneek-ZuidwestFrieland. ‘Dat begon met een traject “financieel gezond” voor Rabo-medewerkers. Dat leidde er onder meer toe dat de Rabobank hier nu financieel-gezond-gesprekken voert bij signalen van financiële onrust, en zo nodig ook doorverwijst naar het sociaal werk.’

Een vereiste daarvoor is een actuele sociale kaart met “wie doet wat”? Anna Schotanus: ‘Bij het maken daarvan ontstonden heel leuke gesprekken tussen Rabobankmensen en sociale professionals. En dat leidde tot een serie mini-masterclasses, één per kwartaal. Over zaken als bewindvoering, mediation, jobcoaching.’
Geleidelijk sloten ook sociaal betrokken werkgevers aan, naast maatschappelijke partners als Budgetmaatje, Humanitas, de stichting Lezen en Schrijven, Kredietbank NL, een notariskantoor, scholen. ‘Dus toen zeiden de toenmalige directeur van de plaatselijk Rabobank en de wethouder: “We krijgen al een beetje verkering, moeten we niet eens trouwen?” Zo is op een heel natuurlijk manier een netwerk ontstaan.’

De verdubbelaar inzetten
Al eerder had Anna Schotanus kennis gemaakt met de Sallandse Dialoog. ‘Ik ben een fan van het eerste uur. Dus toen de trein van Moedige Dialoog langskwam zijn we vrij snel ingestapt.’
Tijdens de week van het geld in maart 2019 volgde de aftrap van Financieel Gezond Friese Zuidwesthoek, met ruim tien partners. Eind oktober was er een tweede grote bijeenkomst met al twee maal zoveel partners. ‘Zo willen we doorgaan: steeds de verdubbelaar inzetten.’
In de kern is het vooral een intensieve samenwerking tussen de lokale Rabobank en de gemeente Súdwest-Fryslân. Het sociaal werk is convenantpartner, maar geen kernteamlid. ‘We hadden al een format dus om dat alsnog in een structuurtje te drukken heeft voor mij geen meerwaarde.’

Binnen het netwerk hebben drie thema’s prioriteit:

  • de financieel gezonde werknemer
  • financiële educatie
  • het sociaal domein inzichtelijk maken voor ondernemers (infographic)

Punt één omvat onder meer het koppelen van bedrijven die al ver zijn met het houden van preventieve coachingsgesprekken met medewerkers aan ondernemers die daar nog weinig ervaring mee hebben.

Drie stappen
De financiële educatie krijgt onder andere vorm dankzij circa tien Rabobankmedewerkers die als docent Leven en Financiën (LEF) gastlessen geven aan mbo-leerlingen. Sommige middelbare scholen doen bovendien mee aan de Day for Change. ‘Leerlingen moeten dan een onderneming opzetten en leren hoe ze winst kunnen maken. Dat geld gaat naar de Rabobank Foundation en andere goede doelen. En we werken samen met ervaringsdeskundige Dennis. Hij geeft heel goede gastlessen die altijd een enorme impact hebben op zowel leerlingen als docenten.’

En verder is ook financiële educatie vooral een kwestie van de juiste partners bij elkaar zetten. Anna: ‘Hiervoor organiseren we tweemaal per jaar een Financieel Gezond Event voor alle convenantpartners. Die krijgen dan als opdracht: bedenk drie stappen voor de Week van het Geld in 2020, waarvan je eentje in het oude jaar kunt uitvoeren en twee in het nieuwe. Dan merk je dat er heel veel energie op zit, dat is iets wat ze écht willen.’

Dat is ook precies de kracht van Moedige Dialoog, vindt Anna. ‘De dynamiek van een onderneming is anders dan die van een school, dus kun je veel van elkaar leren. Ondernemers verbeteren hun gespreksvoering: niet meteen oplossen maar eerst luisteren naar wat iemand écht nodig heeft. Andersom kunnen sociale partners wat opsteken over bedrijfsmatig denken. Juist die permanente kruisbestuiving zorgt voor de kracht om te bloeien.’

En o ja: die infographic voor ondernemers is er inmiddels. Friese voortvarendheid…

 

                                                                                                                  

 

Financieel Fit Westland: iedereen goed bij kas!

Catelijne Akkermans (kwartiermaker) & Rachel van der Kaaij (teamcoördinator (financiële) welzijnsdiensten bij Vitis Welzijn) over de drie expeditieteams van Financieel Fit Westland.

‘Hé, zij doen precies wat wij willen.’ Dat zeiden Catelijne en leden van het Westlandse Armoedeplatform tegen elkaar na een landelijke bijeenkomst van Moedige Dialoog. Dat platform ontstond na een rapport van de Rekenkamer van de gemeente Westland: “Er zijn weliswaar veel activiteiten rond armoede en schulden, maar het ontbreekt aan samenwerking.” Catelijne: ‘De gemeente heeft mij ingehuurd om dat samen met allerlei partijen op te pakken. Later haakte ook de Rabobank aan en wees ons op Moedige Dialoog. Die privaat-publieke aanpak sprak ons meteen aan.’

 

Drie expeditieteams
Het Armoedeplatform kreeg zodoende een nieuwe naam en een nieuwe status. Catelijne: ‘We kozen voor Financieel Fit Westland. De gemeente was niet langer opdrachtgever; de deelnemende partijen staan samen aan het roer.’
In mei 2019 volgde er een massale Inspiratiedialoog. ‘Met bijvoorbeeld ook een deurwaarder, notaris, de wethouder, de zorgverzekeraar, gehandicaptenplatform, vluchtelingenwerk,
Westlandse bedrijven en het Diaconaal Platform.’
Die bijeenkomst leidde tot drie prioriteiten en drie “expeditieteams”:

·         Loket en preventie

·         Taal

·         Bedrijfsleven

Die drie teams worden aangestuurd door een kernteam met daarin Vitis Welzijn, gemeente Westland (beleid én uitvoering), Rabobank en de Bibliotheek.

Je ziet dat ouders het niet breed hebben. Wat dan?
Rachel zit in het kernteam, maar ook in het expeditieteam loket & preventie. ‘Dankzij de training “administratie op orde”, maar ook via Thuisadministratie en Budgetcoach is er inzet op financiën. Bovendien kunnen mensen met vragen over zaken als toeslagen, betalingsregelingen en uitkeringen terecht bij onze Buurt Informatiepunten en de formulierenbrigade.’
Momenteel heeft de expeditiegroep in beeld welke lokale initiatieven er zijn. ‘Die initiatieven zetten we op het
Sociaal Plein Westland, die website fungeert als digitaal platform.’

Qua preventie richt dit expeditieteam zich allereerst op scholen. ‘We ondersteunen leerkrachten bij het doorzetten van signalen over armoede. Als je ziet dat een leerling het thuis niet breed heeft, hoe kaart je dat dan aan bij ouders? En wat kun je hen bieden? Daarvoor maken we een laagdrempelige infographic. Zoek op tijd hulp, bijvoorbeeld bij een scheiding.’ De infographic wordt uiteindelijk ook verspreid onder andere instanties en organisaties.

‘Ik vind jullie brieven helemaal niet eenvoudig’
Taal is een onderschatte factor als het gaat om armoede en schulden. Rachel: ‘Laaggeletterde mensen herkennen niet altijd dat een brief feitelijk een aanmaning is. Daarom organiseert de expeditiegroep “Taal” samen met Vluchtelingenwerk en de Stichting Lezen en Schrijven een pilot ‘Eenvoudiger schrijven voor bedrijven.’ Daarbij is ook een ervaringsdeskundige betrokken en diens oordeel is vaak een eyeopener voor de afzenders. ‘De brieven van bedrijven blijken toch veel moeilijke woorden te bevatten.’

Een hardnekkig misverstand
Hoe kunnen werkgevers bij hun werknemers signalen van geldstress herkennen en er adequaat op inspelen? Daarmee is het derde expeditieteam “Bedrijven” aan de slag gegaan. Rachel: ‘Veel gemeenten hebben nog geen beleid rond werkende armen, maar het gaat wél om een groeiende groep. Bedrijven hebben daar een rol in, niet alleen vanwege het welzijn van hun medewerkers, maar ook vanwege de extra kosten voor het bedrijf. Werknemers met geldstress zijn vaker ziek. Om nog maar te zwijgen van de ellende bij een loonbeslag.’
Catelijne: ‘Veel mensen denken dat je pas bij hele hoge schulden in aanmerking komt voor schuldhulp. Onzin: hoe eerder je hulp zoekt hoe beter!’
Grotere bedrijven weten dat vaak wel. ‘Sommige hebben het al opgenomen in hun HR-beleid. Hen halen we er graag bij om hun ervaringen te delen met bij voorbeeld mkb’ers.’

Een potje voor de ergste nood
Bijzonder voor Financieel Fit Westland is dat ook veel kerken meedoen. Catelijne: ‘Veel van hun vrijwilligers zijn actief als Schuldhulpmaatjes, voor pakweg honderd huishoudens. En ze hebben een potje voor noodgevallen, bijvoorbeeld als bij iemand de energie is afgesloten.’
Maar naast de kernteamleden zijn ook JGZ, Schuldhulpmaatje en het Sociaal Kernteam (SKT) zeer actieve partners, beklemtoont Catelijne. ‘Vergeleken met kwartiermakers in andere Moedige Dialoognetwerken heb ik daardoor eerder een faciliterende dan een aanjagende rol.’
Toch heeft ze baat bij de landelijke poot van Moedige Dialoog. ‘Vooral het sparren met andere kwartiermakers zou ik niet graag willen missen.’

 

 

                                                                                                                  

 

 

Moedige Dialoog is kapstok en hefboom tegelijk
Financieel Fit Den Helder: nu eerst een Financieel Fitteam optuigen, daarna netwerk en activiteitenpalet verbreden 

Vergeleken met veel andere Moedige Dialoognetwerken heeft Financieel Fit Den Helder een eigenzinnige geschiedenis. Kwartiermaker Lizzy van der Kooij: ‘Vanuit de non-profitorganisatie ZONH deed ik voor de huisartsen in de kop van Noord-Holland een opdracht over samenwerking met gemeenten. Tegelijkertijd was er een initiatief van de Rabobank in Den Helder om met lokale organisaties, waaronder de huisartsen, te sparren over gezamenlijke acties rond armoede en schulden.’

De situatie rond geldstress is in deze regio inderdaad nijpend. ‘Den Helder staat in de top-5 van gemeenten wat betreft het aantal mensen dat leeft onder de armoedegrens. Hoe dat komt? Dat zie je vaker langs de landsgrenzen: de werkgelegenheid en het voorzieningenniveau lopen terug.’

Eerste ambitie: vroegsignalering van schulden
Na twee verkennende bijeenkomsten met bestuurders van uiteenlopende instellingen en organisaties werd een ontwerpteam gevormd, dat enkele maanden wekelijks bijeenkwam. Op 11 juli presenteerde dat team het voorstel voor een netwerkorganisatie onder de vleugels van Moedige Dialoog. Met als eerste beoogde wapenfeit: een team starten dat vroeg aan de slag gaat met signalen over betalingsachterstanden. ‘Op die bijeenkomst ben ik bovendien gevraagd als kwartiermaker.’

Daarna ging het snel. ‘Binnen een week hebben we samenwerkingsafspraken op papier gezet. En na de zomer ben ik meteen aan de slag gegaan met de oprichtingsvergadering en de bemensing van dat preventieve team.’

Kernteam als motor
Op 19 september volgde de oprichtingsbijeenkomst Financieel Fit Den Helder. ‘Want dat is de naam die we hebben gekozen. In de bestuurlijke initiatiefgroep zitten onder anderen de wethouder en de directievoorzitter van de Rabobank. En er is een kernteam dat fungeert als motor; met daarin de strategisch beleidsadviseur van de gemeente en de manager Vermogensmanagent van de Rabobank.’

Twaalf organisaties doen mee. Naast de gemeente en de Rabobank zijn dat:

Signaalgestuurd
De samenstelling van het Fitteam is rond. ‘Met professionals vanuit respectievelijk de Rabobank, de gemeente, GGD, en Omring. Dus met zowel financiële en maatschappelijke expertise. Het team opereert achter de schermen en werkt signaalgestuurd, geïnspireerd op de Vroeg Eropaf-Teams We beginnen klein en starten met de signalen die we vanuit de organisaties al hebben. Op termijn gaan we werken met een speciale webapplicatie die meldingen van betalingsachterstanden combineert, vanuit bijvoorbeeld woningbouwcorporaties en zorgverzekeraars.’

Als kwartiermaker werd Lizzy ook uitgenodigd voor de summerschool van Moedige Dialoog; een vuurdoop en een sprong in het diepe tegelijk. ‘De andere deelnemers zijn al langer bezig. Het oefenen van een pitch was boeiend: hoe verwoord je de thema’s en uitdagingen van Moedige Dialoog? Hoe positioneer je dat wat je aan het doen bent?’

Kapstok en hefboom
De meerwaarde van Moedige Dialoog voor Financieel Fit Den Helder is vooral de kapstokfunctie ervan. Lizzy van der Kooij. ‘Daar kun je de verschillende initiatieven aan ophangen. En we willen niet opnieuw het wiel uitvinden, dus een landelijke structuur met veel ervaring is heel waardevol. Bovendien kan Moedige Dialoog werken als landelijke hefboom om “systeemfouten” op nationaal niveau aan te pakken. De schuldenindustrie bijvoorbeeld.’

Wat de summerschool haar ook heeft opgeleverd is de mogelijkheid tot sparren met andere kwartiermakers. ‘Heel nuttig. Anderzijds heb ik wel teruggegeven dat nog duidelijker mag worden wat aanhaken bij Moedige Dialoog lokáál betekent. Welke vrijheid heb je om dingen op je eigen manier te doen? Hoe kunnen we onze Helderse identiteit overeind houden?’

Hoe verder?
‘We willen nu met de twaalf organisaties van het eerste uur het Fitteam stevig in de steigers zetten. Daarna kijken welke nieuwe initiatieven we kunnen ontplooien, bijvoorbeeld als het gaat om de rol van de werkgevers en vrijwilligers. Maar we werken sowieso vanuit de netwerkgedachte, samenwerking is nodig om het verschil te maken.’
  

                                                                                                                  

 

Arnhemse Dialoog wil scheur in de samenleving repareren: ‘Niets is onmogelijk’

‘Met een paar kwartiermakers onderzoeken we wat wij het lokale bedrijfsleven kunnen bieden voor hun werknemers met schulden. 80% van de bedrijven blijkt bereid hen bij te staan. De wil is er, maar vaak weten werkgevers niet hoe ze het kunnen aankaarten bij die werknemers; dan komen ze pas in actie bij loonbeslag. Veel werkgevers zitten te springen om informatie, trainingen en samenwerking met experts in de schuldhulpverlening.’

Aldus Desirée Kuipers, kwartiermaker bij de Arnhemse Dialoog. Dat onderzoek vloeide voort uit de summerschool van Moedige Dialoog. Die driedaagse was bedoeld voor kwartiermakers van kersverse netwerken, maar ook Desirée werd uitgenodigd. Sinds april van dit jaar is ze namelijk terug van weggeweest. ‘Ik heb jarenlang gewerkt voor de Rabobank, laatstelijk in Arnhem. In 2016 besloten we om iets te gaan doen met wat we bijna dagelijks tegenkwamen in de spreekkamer, want als mensen met geldstress bij ons belanden is het eigenlijk al te laat. We wilden eerder met hen in gesprek komen.’

Armoede verscheurt de samenleving
Wat bleek? ‘Arnhem telt al ruim 130 initiatieven rond (het voorkomen van) schuldhulpverlening. Geen wonder, want Arnhem staat stevig op de vierde plek van gemeenten met grote armoede. Het is een rode draad in de stadsgeschiedenis. Daarom zijn we met een aantal organisaties om de tafel gaan zitten. En iedereen had behoefte aan samenwerking.’
Dat leidde uiteindelijk tot de Arnhemse Dialoog. Met aanvankelijk een kernteam van zes organisaties: de Rabobank, de gemeente Arnhem Rabobank, Alliander, Delta Lloyd, Rijnstad (sociaal werk) en de Arnhemse Uitdaging (bedrijvennetwerk).

Groep arme werkenden groeit onrustbarend
Echter: Desirée was ondertussen voor zichzelf begonnen, als loopbaan- en verandercoach. ‘In die tijd heb ik in mijn woonplaats Wageningen de Wageningse Uitdaging opgezet. Maar begin dit jaar werd ik benaderd door mijn oude directeur bij de Rabobank of ik kwartiermaker wilde worden bij de Arnhemse Dialoog. De toenmalige kwartiermaker Bianca Hutten had het Arnhemse A&S-netwerk in kaart gebracht, een website gemaakt en Schuldhulpmaatjes opgezet. Nu was het hoog tijd om het lokale bedrijfsleven aan te haken.
Dat werd mijn opdracht. Daadkracht vanuit bedrijfsleven verbinden met kennis en kunde binnen het sociaal domein. En twee: werkgevers doen inzien dat ook zij mensen in dienst hebben met financiële problemen en dat ze daar een rol in hebben. Stijgende armoede onder werkenden is echt een nijpend probleem. 5% van hen heeft structurele schulden, vooral in zorg en welzijn, schoonmaak, horeca, bouw, uitzendbranche en onder zzp’ers.’

Kernteam uitbreiden
Desirées eerste doel is de kerngroep van de Arnhemse Dialoog uitbreiden. ‘Er komt iemand bij van Scalabor, het arbeidsontwikkelbedrijf voor Midden-Gelderland. Verder een communicatieprofessional en een ervaringsdeskundige. En ik had net een gesprek met het RijnIJssel College. Ook zij gaan meedoen, onder meer vanwege de groeiende geldproblemen bij studenten. Dat hoorde ik ook bij ArtEZ; ze hebben veel kunstopleidingen en 80% van hun alumni wordt zzp’er. Sowieso beginnen veel afgestudeerden hun werkende leven met een schuld van soms wel € 35.000. Vind dan maar eens een huis.’

Concrete doelen:

  • ‘voor het eind van het jaar is de kerngroep op volle kracht
  • hebben we een aantal grote bedrijven aan ons gebonden,
  • en vinden we podia voor de boodschap van Arnhemse Dialoog’

Om met dat laatste te beginnen: ‘Ik was bij De Nieuwe Arbeid, een platform voor HR-professionals van pakweg tachtig bedrijven. We onderzoeken of we samen iets kunnen doen, denk aan een instructieve bijeenkomst over hoe je omgaat met werknemers met schulden.’

Handig voor dergelijke initiatieven is straks de toolbox die Desirée samen met haar onderzoeksgroepje ontwikkelt. ‘Met drie pakketten voor werkgevers. Een “Bewustwordingspakket” dat hen helpt om de ernst van de geldproblemen onder werknemers in kaart te brengen. Het tweede pakket is een staalkaart van instrumenten om daar wat aan te doen. En tot slot een maatwerkpakket voor specifieke wensen. Ze kunnen die pakketten dan afnemen bij Moedige Dialoog.’

Dankzij de landelijke contacten kun je lokaal meer teweegbrengen, is Desirées ervaring. ‘Het thema armoede staat nu goed op de kaart. En we gaan er echt wat aan doen. Sommigen noemen me naïef maar ik ben heel optimistisch. Niks is onmogelijk.’